Valerie is technisch hartstimulatiespecialist op het Cathlab en vertelt wat haar baan zo leuk maakt.
“Ik wist meteen: dit is wat ik wil doen”
Toen ik begon met mijn bijbaan als zorgassistent in het St. Antonius had ik één doel: ontdekken waar ik écht op mijn plek zou zijn binnen het ziekenhuis.
Ik had Gezondheidswetenschappen gestudeerd en wist zeker dat ik in een ziekenhuis wilde werken. Alleen nog niet in welke functie. Als zorgassistent kwam ik overal. De ene keer hielp ik een patiënt met wassen, de andere keer controleerde ik vitale waarden of sprong ik bij op een afdeling waar extra handen nodig waren. Juist doordat ik zoveel verschillende afdelingen zag, kreeg ik een goed beeld van de mogelijkheden binnen het ziekenhuis. Toen kwam ik een interne vacature tegen voor Technisch Hartstimulatiespecialist. Na één dag meelopen was ik overtuigd, dít is wat ik wil! Gelukkig werd ik aangenomen en kon ik snel beginnen bij de Cardiomeettechniek.
Zorg én techniek komen hier samen
Veel mensen denken bij een ziekenhuis vooral aan zorg, maar achter die zorg schuilt ontzettend veel techniek. Dat is precies wat mijn werk als Technisch Hartstimulatiespecialist zo interessant maakt. Ik werk nauw samen met de cardioloog en samen behandelen we patiënten met ritme- en/of geleidingsstoornissen, of hartfalen. Dit doen we door het implanteren van pacemakers, ICD’s en CRT-devices, en het uitvoeren van ablaties.
Het mooie is dat de techniek zich voortdurend blijft ontwikkelen. Zo worden pacemakers steeds kleiner, zoals de leadless pacemaker die in het hart wordt geplaatst en geen draden via de bloedvaten nodig heeft. Ook op het gebied van ablaties staan de ontwikkelingen niet stil. Een van de nieuwste technieken is de pulsed field ablatie, waarbij met hoogfrequente elektrische pulsen heel gericht hartweefsel wordt behandeld.
Al die innovaties maken het vak ontzettend interessant. We worden continu opgeleid in nieuwe technieken, zodat we deze veilig kunnen toepassen en patiënten steeds beter kunnen behandelen. Daardoor kan ik mezelf blijven ontwikkelen én werk ik met de nieuwste medische technologie.
De hartritmestoornis bleef maar terugkomen
Eén patiënt zal me altijd bijblijven. Hij had al meerdere ablaties ondergaan, maar zijn hartritmestoornis bleef terugkomen. Daarom besloten we iets te doen wat niet vaak voorkomt: een combinatie van een endocardiale én een epicardiale ablatie. Zo'n behandeling vraagt om perfecte samenwerking. De anesthesie zorgde voor de narcose, de interventiecardioloog maakte de toegang tot de buitenkant van het hart en de elektrofysioloog verkreeg de toegang tot de binnenkant van het hart en voerde de ablatie uit. Vanuit de leverancier was ook nog extra ondersteuning aanwezig. Mijn rol was om alles technisch voor te bereiden, de systemen gereed te maken en tijdens de procedure de elektrofysioloog te ondersteunen. Iedereen had zijn eigen expertise, maar uiteindelijk werkten we allemaal aan hetzelfde doel: de patiënt de best mogelijke behandeling geven. Dat maakt indruk. Niet alleen omdat de techniek zo bijzonder is, maar vooral omdat je ziet hoeveel je samen kunt bereiken.
Het draait altijd om de patiënt
Wat ik misschien nog wel het fijnst vind aan mijn werk, is de afwisseling. De ene dag ben ik aanwezig bij het implanteren van een pacemaker. De volgende dag ondersteun ik tijdens een complexe ablatie. Ondertussen word ik ook ingewerkt op de polikliniek, krijg ik taken als remote care en ga ik straks door het hele ziekenhuis bij oproepen om devices uit te lezen. Ik kan mezelf blijven ontwikkelen in mijn vak en krijg steeds nieuwe verantwoordelijkheden. Daardoor voelt geen werkdag hetzelfde, ben ik nooit uitgeleerd en blijft het werk voor mij boeiend.
Maar hoe technisch het werk ook is, uiteindelijk draait het altijd om de patiënt. Juist het contact met mensen maakt dat dit veel meer is dan alleen werken met apparatuur.
Je hoeft niet alles al te kunnen
Als ik iemand één advies mag geven die dit vak overweegt, dan is het dit: geef jezelf de tijd. Het is een breed en zeer technisch vak. Niemand verwacht dat je alles meteen weet. Als je nieuwsgierig en gemotiveerd bent en graag wilt leren, krijg je alle ruimte om je te ontwikkelen. Hierdoor blijft het leuk en uitdagend.