BLOGSERIE ZORG & TECHNIEK
Inge, klinisch perfusionist in het St. Antonius Ziekenhuis
Van onderzoek naar de operatiekamer
Toen Inge in 2014 bij het St. Antonius Ziekenhuis begon, werkte ze als onderzoeker op de longafdeling. Na vier jaar merkte ze dat fulltime onderzoek niet bij haar paste. Ze zocht iets waarin ze midden in de kliniek kon staan, met patiënten, menselijk materiaal en veel techniek. Precies die combinatie vond ze in het vak van Klinisch Perfusionist. “Ik wist dat ik affiniteit had met menselijk materiaal, grote apparatuur en techniek. Eigenlijk precies zoals in een laboratorium, maar dan midden in de kliniek.”
De vacature voor de opleiding tot Klinisch Perfusionist kwam toevallig op haar pad. Ze besloot ervoor te gaan en ontdekte al snel dat het vak haar precies bood wat ze zocht. Als Klinisch Perfusionist werkt Inge vooral op de operatiekamer en intensive care, waar techniek een essentieel onderdeel van haar werk is.
De hart-longmachine neemt tijdelijk het werk over
Tijdens een openhartoperatie kan de hart-longmachine tijdelijk de functies van het hart en de longen overnemen. Als klinisch perfusionist bedient en controleert Inge deze machine en is zij verantwoordelijk voor de hartfunctie, longfunctie en bloedsomloop van de patiënt zolang die buiten het lichaam worden beheerd. “Je hebt als perfusionist niet dezelfde behandelrelatie met een patiënt als een arts of verpleegkundige. Toch ben je tijdens een operatie heel direct betrokken bij de patiënt. De techniek die je bedient, wordt op dat moment eigenlijk onderdeel van de patiënt.”
Naast de hart-longmachine werken perfusionisten ook met andere geavanceerde technieken. Bij spoedsituaties kunnen ze bijvoorbeeld worden opgeroepen voor ECMO, dat is een techniek waarbij hart- en longfunctie tijdelijk buiten het lichaam worden ondersteund.
Als elke seconde telt
Juist die spoedsituaties maken het werk intens. Inge werkt samen met negen collega's en is continu oproepbaar. Als er met spoed een hart-longmachine, ECMO of andere ondersteuning nodig is, moet het team snel in actie komen.
Een van de momenten die Inge altijd is bijgebleven, gebeurde kort nadat ze haar diploma had gehaald. Op 1 januari werd ze tijdens haar dienst vanuit de hartkatheterisatiekamer met spoed opgeroepen voor een ECMO. “Er was een patiënt met een spontane scheur in een kransslagader. Op het moment dat zij een ernstige hartritmestoornis kreeg, hadden wij de ECMO al draaien. Daardoor is er geen moment geweest waarop haar hart onvoldoende van bloed en zuurstof werd voorzien. De vernauwing is behandeld met een stent en op de operatiekamer kon de ECMO weer worden verwijderd. Een paar uur later was mevrouw alweer wakker.” Dat zijn de momenten waarvoor Inge dit werk doet. “Dat was echt een win.”
Maar het vak kent ook situaties met een heel andere afloop. Patiënten die ECMO nodig hebben, zijn vaak ernstig ziek. Soms lukt het ondanks alle inspanningen niet om iemand te redden. “Je hebt als perfusionist dus ook vaker te maken met kritieke momenten en het overlijden van patiënten. Dat hoort helaas ook bij dit werk.”
Samen één doel
Wat Inge aanspreekt in de operatiekamer is de manier van samenwerken. “Op de OK wil het hele team van A naar B. Iedereen heeft hetzelfde doel. Dat vind ik heerlijk werken.” Tegelijkertijd vraagt het vak veel van je. Je moet protocollair kunnen werken, maar ook kunnen afwijken als de situatie daarom vraagt. Je communiceert kort en doelgericht, maar moet tijdens een kritiek moment ook zelfstandig en assertief kunnen overleggen met bijvoorbeeld de chirurg en anesthesioloog.
“Functioneel, kalm en in controle blijven tijdens kritieke situaties geeft mij veel voldoening. Ik denk dat ik met mijn neus in de boter ben gevallen. Dit werk combineert eigenlijk alles waar ik naar op zoek was: midden in de kliniek staan, direct betrokken zijn bij ernstig zieke patiënten en werken met grote, invasieve techniek.”
Een klein team met een grote verantwoordelijkheid
Met tien perfusionisten vangen Inge en haar collega's de bereikbaarheid en inzetbaarheid op naast hun reguliere werkzaamheden op de operatiekamer. Dat kan intensief en belastend zijn. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat je elkaar goed leert kennen. “Als je met zo'n klein team werkt, word je vanzelf hecht. Je moet op elkaar kunnen vertrouwen. Zeker op momenten waarop er snel gehandeld moet worden.”
Het maakt volgens Inge ook dat je nooit alleen maar met techniek bezig bent. “Je werkt met mensen, voor mensen en samen met een team. En ondertussen moet je de techniek volledig beheersen. Juist die combinatie vind ik zo mooi.”
Een onbekend vak dat je moet ontdekken
Klinisch perfusionist is geen beroep waar veel mensen tijdens hun opleiding al mee kennismaken. In Nederland werken ongeveer 140 perfusionisten. Daarom heeft Inge een duidelijk advies voor mensen die nieuwsgierig zijn geworden naar het vak.
“Laat je van je meest assertieve kant zien. Heb je vragen of twijfels over de opleiding? Kom dan gewoon vragen stellen of een keer kijken. Het is een heel bijzonder beroep, maar je moet het wel eerst leren kennen om te weten of het bij je past.” En voor Inge was die toevallige vacature uiteindelijk precies wat ze nodig had om haar plek te vinden.